Opdracht 4 Plaatsing op de getallenlijn: 1,12: Dit getal ligt op de getallenlijn tussen 1,1 en 1,2, precies twee kleine streepjes na 1,1. 1,6: Dit getal ligt precies op het zesde grote streepje na 1. 1,35: Dit getal ligt precies halverwege tussen 1,3 en 1,4. 1,48: Dit getal ligt op de getallenlijn tussen 1,4 en 1,5, precies twee kleine streepjes voor 1,5. 1,97: Dit getal ligt op de getallenlijn tussen 1,9 en 2,0, precies drie kleine streepjes voor 2,0. Uitschrijven hoe je de getallen uitspreekt: a. 1,12 spreek je uit als: één komma twaalf* b. 1,6 spreek je uit als: één komma zes* c. 1,35 spreek je uit als: één komma vijfendertig* d. 1,48 spreek je uit als: één komma achtenveertig* e. 1,97 spreek je uit als: één komma zevenennegentig* Opdracht 5 Plaatsing op de getallenlijn: 0,015: Dit getal ligt op de getallenlijn tussen 0,01 en 0,02, precies halverwege. 0,02: Dit getal ligt precies op het streepje van 0,02. 0,029: Dit getal ligt op de getallenlijn tussen 0,02 en 0,03, precies één klein streepje voor 0,03. 0,016: Dit getal ligt op de getallenlijn tussen 0,01 en 0,02, precies zes kleine streepjes na 0,01. 0,035: Dit getal ligt op de getallenlijn tussen 0,03 en 0,04, precies halverwege. Uitschrijven hoe je de getallen uitspreekt: a. 0,015 spreek je uit als: nul komma nul vijftien* b. 0,02 spreek je uit als: nul komma nul twee* c. 0,029 spreek je uit als: nul komma nul negenentwintig*